Home

Artikelen uit Het Zoeklicht

Leven uit verwachting

De dagen van Noach

Sions Koning komt...

De bedelingenleer

Veracht de profetieën niet!

Openbaring van Jezus Christus

De antichrist en het herstelde Romeinse rijk

Het systeem Babel: een geheimenis

De stad Babel in de eindtijd

 

 

 

De Koning komt...

Hoe zal het aflopen...

"Zie, Hij komt met de wolken en elk ook zal Hem zien..."

De bedelingenleer

Het dispensationalisme

(Het Zoeklicht nr. 11-2016)

 

Nog niet zolang geleden was het ‘dispensationalisme’ populair in de evangelische kringen. De laatste decennia is de belangstelling voor deze leer enorm afgenomen en wordt zelfs door velen verguisd. Begrijpelijk, vanwege de extremen die er uit voortkwamen, maar niet helemaal terecht. Zien we vooral ook niet een toename van allerlei dwaalleringen in de Gemeente? Zou dat misschien komen omdat er bijna geen kennis meer is van de leer van de bedelingen?

 

 

Bij het bestuderen van het Woord van God is het belangrijk dat we Schrift met Schrift vergelijken. Als we dat doen, verklaart de Schrift Zichzelf (2 Timoteüs 3:16-17). De meest eenvoudige uitleg is: lezen wat er staat (2 Petrus 1:20). Natuurlijk hebben we daarbij de hulp van de Heilige Geest nodig. Want zonder Gods Geest kunnen we het Woord niet goed verstaan (1 Korintiërs 2:14). Gebed is daarbij nodig. We mogen Hem vragen Zijn Woord te begrijpen en dit ook in praktische zin te verstaan, bijvoorbeeld voor in onze levenswandel (Psalm 119:105). Zo zijn veel gerespecteerde Bijbeluitleggers ervan overtuigd, dat de ‘bedelingenleer’ ons helpt om het Woord in het juiste perspectief te verstaan. Want hoewel ‘Jezus Christus gisteren en heden Dezelfde is’ (Hebreeën 13:8) doet Hij niet altijd dezelfde dingen.

 

Wat is een dispensatie, bedeling?

Het woord ‘dispensationalisme’, betekent ‘de leer van de bedelingen’. Het woord bedeling (dispensatie) is in het Latijns ‘dispensatio’ en het in Grieks  ‘oikonomia’. Het betekent: uitdeling, verdeling, bestuur, beheer, management of huishouding. De Scofield Reference Bible geeft de volgende betekenis van wat een bedeling is: ‘Een bedeling is een tijdsperiode, gedurende welke de mens wordt getest op gehoorzaamheid aan een specifieke openbaring van de wil van God.’

In de Efezebrief van Paulus komt het woord bedeling een aantal keren voor. Daarin heeft hij het over ‘de bedeling van de volheid der tijden’ en ‘de bedeling van genade’ (1:10; 3:2, SV). Paulus is een bijzondere bediening (bedeling/verborgenheid) toevertrouwd en daarvan moest hij verkondigen/uitdelen (Kolossenzen 1:25-26 SV).

Onderscheiden wij de bedelingen in het Woord, dan noemen we dat ook wel ‘het Woord der waarheid recht snijden’ (2 Timoteüs 2:15, HSV). Het Woord rechtsnijden/verdelen geeft geen verdeeldheid, maar een geordend zicht op Gods handelen met de mensheid in verleden, heden en toekomst.

 

De traditionele bedelingenleer

Het dispensationalisme is een geloofsleer. Het is gebaseerd op de meest eenvoudige uitleg, namelijk die van de letterlijke interpretatie. Daarom zien dispensationalisten onderscheid tussen Gods heilsplan met Israël en de Gemeente. Lezen wij over Israël, dan moeten we dit niet (volgens de dispensationalisten) toepassen op de Gemeente/Kerk. Gods handelen met Zijn oude verbondsvolk is wel in geestelijk opzicht voor de Gemeente tot voorbeeld gegeven (1 Korintiërs 10:11). Veelal zien wij dat wat Israël in het aardse is, de Gemeente dat in het hemelse is. Zo zijn Gods beloften voor Israël aards (Jeremia 31:7-10) en die van de Gemeente hemels (Filippenzen 3:20-21). Bijvoorbeeld, in Jeruzalem was een tempelhuis, maar de Gemeente is een woonstede Gods in de Geest (Efeziërs 2:21-22). Israël is een land, maar de Gemeente is het Lichaam van Christus, een levend organisme (Efeziërs 1:23).

Ruwweg gezegd lezen we over Gods weg met Israël, in het Oude Testament en in de Evangeliën. In het Nieuwe Testament, voornamelijk in de brieven van Paulus, lezen we over Gods handelen met de Gemeente. In het bijzonder is Gods reddingsplan met de Gemeente aan Paulus geopenbaard (Efeziërs 3:2-11). Want Hij is de apostel en leraar van de heidenen (Romeinen 11:13).

 

Meest bekende schema

De bedelingenleer is niet een uitvinding van Darby en Scofield, zoals sommigen dus onterecht menen. De eerste Kerkvaders geloofden al dat God in diverse periodes op een unieke wijze met de mensheid heeft gehandeld. Het bekendste schema van het dispensationalisme komt uit de Scofield Bijbel. Waarschijnlijk heeft Scofield die overgenomen van Dr. Isaac Watts (1674-1748). Volgens C.I. Scofield zijn er zeven bedelingen of heilsperioden:

 

  1. Bedeling van onschuld - van Adam tot de zondeval;
  2. Bedeling van het geweten - van de zondeval tot de zondvloed;
  3. Bedeling van het menselijk bestuur - van Noach tot Abraham
  4. Bedeling van de Belofte - van de roeping van Abraham tot Mozes (van de instelling van de Wet);
  5. Bedeling van de Wet - van de instelling van de Wet tot de dood van Christus;
  6. Bedeling van de Genade - van Christus’ opstanding tot de Opname van de Gemeente;
  7. Bedeling van het Koninkrijk (het Messiaanse Rijk) - van de Wederkomst tot het Laatste oordeel.

Hier zouden we nog een 8e bedeling aan toe kunnen voegen, die van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde (de volmaakte eeuwigheid).

 

De meest eenvoudige toepassing

De drie belangrijkste bedelingen zijn die van:

 

 

Deze drie zijn het belangrijkste, omdat het in de Bijbel daarover het meeste gaat. Deze drie bedelingen worden door alle ‘dispensationalisten’ onderscheiden en zouden eigenlijk door alle christenen onderscheiden moeten worden. Het geeft ons namelijk een geordend zicht op Gods heilsplan met deze wereld.

Duidelijk is toch wel dat Gods weg met Zijn volk onder de wet anders is dan met de Gemeente in de genadetijd: ‘En dat door de wet niemand voor God gerechtvaardigd wordt, is duidelijk; immers, de rechtvaardige zal uit geloof leven. Doch bij de wet gaat het niet om geloof, maar: wie dat doet, zal daardoor leven’ (Galaten 3:11-12). Zo zal het tijdens het Koninkrijk ook weer anders zijn, want dan zal Christus als Koning regeren op aarde: ‘Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem. Dan zal Hij richten tussen volk en volk en rechtspreken over machtige natiën. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren’ (Jesaja 2:3-4).

 

Als hulpmiddel gebruiken

De systematische leer van het dispensationalisme helpt ons om de Bijbel goed te verstaan, in het bijzonder bij het bestuderen van het profetische Woord. Daarin lezen we over Gods weg met de Gemeente, Israël en de volken. Belangrijk is dat we niet doorslaan in het dispensationalisme. Over het aantal bedelingen wordt daarom ook verschillend gedacht. Sommigen zien er drie anderen zes of acht, of zelfs twaalf. We moeten er niet extreem in worden, zoals bij ‘de Ultra-Bedelingenleer’ het geval is. De aanhangers van deze leer doen bijvoorbeeld niet aan waterdoop of avondmaal en geloven dat uitsluitend de late brieven van Paulus bedoeld zijn voor de Gemeente. Ook zijn er die geloven in de Alverzoening. Dan is het ook wel te begrijpen waarom sommigen moeite hebben met het woord ‘bedeling’. Dat is jammer, omdat het een Bijbels woord is.

Zo mag je van mening verschillen over hoeveel bedelingen er zijn. Verder geloof ik dat bedelingen elkaar ook kunnen overlappen. Hoewel de Gemeente op de Pinksterdag werd geboren, zien we in het boek Handelingen een overgangsperiode van Israël naar de Gemeente, van Wet naar Genade, en van het Evangelie van het Koninkrijk naar het Evangelie van Genade. We moeten de leer van de bedelingen dus vooral zien als hulpmiddel om het Woord recht te snijden.

 

Kanttekening:

Twee belangrijke conclusies:

 

1. Als de Kerk in de loop van de geschiedenis de bedelingen meer zou hebben onderscheiden, zou ze niet in de dwaling terecht zijn gekomen dat de Kerk in de plaats van Israël is gekomen, met alle gevolgen van dien.

 

2. Als in bepaalde charismatische kringen onderscheid was geweest van de bedelingen, zouden ze niet tot de foutieve ‘Koninkrijk Nu’ gedachte zijn gekomen, met alle gevolgen van dien.

“Zo zegt de HERE, de Koning en Verlosser van Israël, de HERE der heerscharen:

Ik ben de eerste en Ik ben de laatste en buiten Mij is er geen God”

(Jesaja 44:6).