wpf88cca42.png
“Zo zegt de Here, de Koning en Verlosser van Israël, de Here der heerscharen: Ik ben de eerste en Ik ben de laatste en buiten Mij is er geen God” (Jes. 44:6).

      Home

wp603d659a.png
wp40ade898.png
wpe2b70f5e.png
wp7568ab94.png
wp210a49a5.png
wpe4ffdc81.png
wpe359bd6c.png

Bidden

 

 

In deze overdenking wil ik het gaan hebben over bidden en welke vormen van gebed er zijn. In Gods Woord staan namelijk veel voorbeelden hoe men tot God kan bidden.

Zo leerde de Here Jezus dat wij tot de Vader in Zijn naam bidden: “opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in mijn naam” (Joh. 15:16). In  Luc. 11:9 lezen we een prachtige belofte: “En Ik (Jezus) zeg u: Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden.”  En 1 Joh. 1:9 leert ons dat bij bidden ook het belijden van zonden hoort: “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid”.

 

Waar wij voor kunnen bidden en in welke volgorde dat het beste gedaan kan worden, wordt ons geleerd in “het onze Vader”. (Matt. 6:9-13).

Dat het goed is om ook met elkaar te bidden blijkt uit het volgende Schriftwoord: “Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden” (Matt. 18:20).

Ook leert de Bijbel dat het niet om de hoeveelheid woorden of om uiterlijke vertoning gaat, om bij mensen op te vallen. Het is veel beter om met weinig woorden, vanuit een eerlijk en oprecht hart tot God te bidden in de binnenkamer (Matt. 6:5-7).

 

Om te kunnen bidden moeten we soms bewust een keus maken. De ene keer gaat het makkelijker dan de andere keer. Het Woord zegt: “Deze allen bleven eendrachtig volharden in het gebed, met enige vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders” (Hand. 1:14). En in Rom 12:12 lezen we: “Weest blijde in de hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed”.

De volgende tekst is een bemoediging voor het gebedsleven van de gelovige, vooral als het bidden moeilijk gaat: “want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen” (Rom. 8:26).

 

Als we de Bijbel aandachtig lezen komen we nog veel meer prachtige lessen en beloftes tegen over het bidden.

 

De volgende gebedsvormen worden in het kort besproken:

 

                   - Bidden is praten met God

                   - Bidden is ook bidden voor anderen

                   - Aanbidding

                   - Het zingen van geestelijke liederen

       - Bidden in tongen

       - Vasten

                     - Waarom gebeden niet altijd worden verhoord

 

Bidden is praten met God

Bidden is praten met God. Door structureel tijd te nemen voor gebed wordt uw relatie met God dieper. In Lukas 6:12 lezen we: “En het geschiedde in die dagen, dat Hij (Jezus) naar het gebergte ging om te bidden, en Hij bracht de nacht door in het gebed tot God”.

Bidden doen we niet alleen even snel voordat we gaan eten. We zien dat Jezus zelfs een hele nacht in gebed was.

 

Voor velen is er geestelijke strijd voordat zij kunnen Bijbel lezen en bidden. De duivel heeft er een hekel aan dat wij tijd besteden aan gebed en het lezen van Gods Woord. Hij weet dat door Bijbel lezen en bidden de Here maaltijd met ons houdt en wij daardoor geestelijk gesterkt worden. De tegenstander probeert ons denken te beïnvloeden, zodat allerlei dingen ons bezighouden en wij niet aan Bijbel lezen en bidden toekomen.

 

Vriendschap moet je onderhouden, bijvoorbeeld door elkaar op te zoeken. Als er geen contact meer met elkaar wordt gezocht dan verwatert de vriendschap.

Ook God verlangt ernaar dat wij relatie met Hem hebben, door Hem in Woord en gebed (in geest en in waarheid) te zoeken.

Als we met onze vrienden praten dan zijn we niet alleen zelf aan het woord, we luisteren ook naar hun verhalen. Ook wil je hen helpen als ze hulp nodig hebben, dat is ware vriendschap. Zo wil God ook ons in alle dingen te hulp komen en Zijn plan met ons leven openbaren (Joh. 16:13).

 

We mogen al onze zorgen, verdriet en wensen bij God brengen. Het Woord zegt: “Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus” (Ef. 5:6-7).

Onze zorgen kunnen soms zo groot lijken. Verdriet kan ondraaglijk zijn. Ook in die situaties van ons leven moeten we blijven vertrouwen op God en trouw blijven aan de beloftes van het Woord. Hij zal ons erdoor heen helpen en ons de vrede die alle verstand te boven gaat geven. Ook al hebben we het moeilijk, Hij wil en kan ons vrede geven!  

We hoeven God niet voor alle omstandigheden te danken, maar mogen Hem wel onder alle omstandigheden danken. Het Woord zegt dat God alle dingen (hoe erg de dingen ook kunnen zijn die u hebt meegemaakt) ten goede kan doen veranderen (Rom. 8:28). Ook daar is Jezus voor gestorven.

 

Bidden is ook bidden voor anderen

Als we voor onze broeders en zusters bidden dan zijn we voor hen aan het strijden. Paulus zegt: “want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten” (Ef. 6:12).  

 

Als gemeente van Jezus Christus hebben wij elkaar nodig door bijvoorbeeld voor elkaar te bidden, bijvoorbeeld voor de zieken: “Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten...”(Jak. 5:14-15).

Door voor anderen te bidden geef je ze als het ware rugdekking. In Ef. 6:18-20 zegt Paulus: “En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen; ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken, waarvoor ik een gezant ben in ketenen. Dan zal ik daartoe vrijmoedig kunnen optreden, zoals ik behoor te spreken.”

 

Als we bidden voor anderen of we vragen God om hulp in moeilijke tijden, dan is het belangrijk dat wij in geloof bidden. Geloof is namelijk een sterk wapen in de geestelijke strijd. Paulus zegt: “neemt bij dit alles het schild des geloofs ter hand, waarmede gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven” (Ef. 6:16). De apostel Johannes zegt: “en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft; ons geloof (1 Joh. 5:4). En in Marc. 6:16 lezen we dat Jezus weinig wonderen (krachten) deed in zijn vaderstad, dit kwam omdat zij zich aan Hem ergerden en ongelovig naar Hem waren.

 

Aanbidding

Van bidden kan aanbidding komen. Aanbidding is God groot maken door Hem te prijzen, danken en eren vanuit diep ontzag. Dit kan zich op verschillende manieren uiten, bijvoorbeeld dat we verlangen krijgen om op onze knieën te gaan bidden of ons languit neer te werpen op de grond. Het zijn uiterlijke vertoningen waarin we vanuit een diep verlangen aan God laten zien dat we ons volledig aan Hem geven. Een paar voorbeelden uit Gods Woord:

 

- “Toen boog de man (een knecht van Abraham) zijn knieën en wierp zich neder voor de Here, en zeide: Geprezen zij de Here, de God van mijn heer Abraham …Gen. 24:26-27)”  

 

- “en driemaal daags boog hij (Daniël) zich neder op zijn knieën en bad en loofde zijn God” (Dan. 6:10).  

 

- “En al de engelen stonden rondom de troon en de oudsten en de vier dieren, en zij wierpen zich op hun aangezicht voor de troon en aanbaden God” (Openb. 7:11) .

 

Aanbidding heeft ook met onze leefstijl te maken. In Rom. 12:1 lezen we: “Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst”. En In 1 Petr. 1:16 staat: “Weest heilig, want Ik ben heilig”.

 

Het zingen van geestelijke liederen

Door zingen van geestelijke liederen richten wij ons op God en maken Hem groot. De woorden die wij zingen zijn een gebed. Dit kan gepaard gaan met het heffen van onze handen. Het is een uiting waarin wij God groot willen maken. Ook door muziek, dans en gejuich kunnen wij God groot maken en eren. Een paar teksten uit het Woord:

 

- Psalm 63:4: “Zo wil ik U prijzen mijn leven lang, in uw naam mijn handen opheffen”.

 

- Psalm 95:2: “Laat ons met lofzang voor zijn aangezicht komen, ter ere van Hem juichen bij snarenspel”.

 

- Kolossensen 3:16: “Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten”.

 

Door het zingen van geestelijke liederen worden wij vervuld met de heilige Geest. Paulus zegt in Ef. 5:18-19: “En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest, en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Here van harte”.

 

Bidden in tongen

Bidden in tongen is bidden met je geest. Tongentaal is een gave van de Geest (1 Kor 12:10). Paulus zegt: “Ik zal bidden met mijn geest, maar ook bidden met mijn verstand; ik zal lofzingen met mijn geest, maar ook lofzingen met mijn verstand” (1 Kor. 14:15).

Wie we bidt in de geest spreekt woorden die hij zelf niet verstaat. We moeten de noodzaak van bidden in tongen niet onderschatten. Paulus geeft aan waarom bidden in de geest belangrijk is: “Wie in een tong spreekt, sticht zichzelf” (1 Kor. 14:4).

 

Tongentaal is ook een teken voor de ongelovigen (1 Kor. 14:22). Daar wordt mee bedoeld dat Gods Geest door onze geest bidt, in een voor ons onbekende taal, wat op dat moment iemand anders opbouwt die het in zijn moedertaal verstaat. We lezen hierover in Handelingen 2:2-11, tijdens de uitstorting van Gods Geest: “En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren; en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken. Nu waren er Joden te Jeruzalem woonachtig, vrome mannen uit alle volken onder de hemel; en toen dit geluid gekomen was, liep de menigte te hoop en verbaasde zich, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. En buiten zichzelf van verwondering zeiden zij: Zie, zijn niet al dezen, die daar spreken, Galileeers? En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? Parten, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamie, Judea en Kapadocie, Pontus en Asia, Frygie en Pamfylie, Egypte en de streken van Libie bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken”.

Uit dit Schriftgedeelte blijkt wel dat tongentaal niet alleen tot stichting is voor de gelovige zelf, het kan ook een teken zijn voor de ongelovigen. Alle andere gaven van de Geest zijn tot opbouw van de gemeente (1 Kor. 12:7).

 

Belangrijk is dat je zeker moet weten of je deze gave van God hebt ontvangen. Wie namelijk zomaar wat brabbelt, of door een andere geest in tongen spreekt, bedroefd de heilige Geest. Het kan dan zelfs een negatieve invloed op iemands leven hebben.

 

Vasten

Iemand die vast is minder bezig met zijn dagelijkse behoeften. Hij doet dit om zich in nederigheid meer op God te kunnen richten, ook in het gebed. Het is als het ware een offer voor God. Het is een uiterlijke vertoning waarin God om ontferming wordt gevraad. Iemand die vast, moet dit onopgemerkt doen, zodat het niet om menselijke erkenning gaat. “En wanneer gij vast, toont dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat; want zij maken hun aangezicht ontoonbaar, om zich aan de mensen te vertonen, wanneer zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds” (Matt. 16:16).

 

We lezen we in het boek Daniël dat Koning Darius door zijn rijksbestuurders en stadhouders op een listige manier ertoe gedwongen werd om de profeet Daniël in de leeuwenkuil te werpen. In Dan. 6:16-18 lezen we dat de koning geloof uitspreekt dat de God van Daniël hem kan bevrijden. Hij ging zelfs een nacht voor hem vasten! Hij deed dit om bij de God van Daniël genade af te smeken. Zoals we weten werd Daniël de volgende dag zonder kleerscheuren uit te leeuwenkuil gehaald. God had Daniël beschermd, want hij vertrouwde op God.

 

De profeet Daniël heeft bijvoorbeeld gevast voor de zonden van zijn volk Israël. In Dan. 9:3 lezen we: “En ik richtte mijn aangezicht tot de Here God om te bidden en te smeken, in vasten en in zak en as”.

 

Van Paulus weten we dat hij voor zijn bekering de gemeente van God vervolgde. Er vond een ingrijpende verandering plaats toen Jezus hem riep. En Paulus, die drie dagen niets meer kon zien, na Jezus verschijning, at of dronk niet (Hand. 9:3-9). Lees ook Hand. 9:10:19.

 

Over Jezus lezen we, dat Hij eens tegen de discipelen zij, toen ze de boze geest niet konden uitdrijven: “Maar dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten” (Matt. 17:21).

 

Vasten kan op verschillende manieren. Sommigen eten die een paar dagen helemaal niks. Anderen laten koffie, koek en snoep staan. Het gaat bij het vasten om onze toewijding aan God, dat wij ons meer op Hem kunnen richten en vragen om gebedsverhoring.

 

Sommigen zijn van mening dat vasten niet meer voor deze tijd is. Het hoort niet meer bij de bedeling der genade. Maar is dat werkelijk ook zo? Zal de Here niet kijken naar het motief en de hartsgesteldheid van de gelovige? Het volgende Schriftwoord zegt: “De een gelooft, dat hij alles eten mag, maar de zwakke eet plantaardig voedsel. Wie wel eet, minachte hem niet, die niet eet, en wie niet eet, oordele hem niet, die wel eet, want God heeft hem aanvaard. Wie zijt gij, dat gij eens anders knecht oordeelt?...”(Rom. 14:2-4).

 

Waarom gebeden niet altijd worden verhoord

Als wij bidden dan wil God dat wij oprecht en eerlijk naar Hem zijn, anders zullen onze gebeden niet worden verhoord: “Wanneer gij uw handen uitbreidt, verberg Ik mijn ogen voor u; zelfs wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet; uw handen zijn vol bloed. Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit mijn ogen weg; houdt op kwaad te doen; leert goed te doen” (Jes. 1:15-17). Uit dit schriftgedeelte blijkt dat zonden of niet beleden zonden de gebedsverhoring in de weg kan staan.

 

Wat bijvoorbeeld de gebeden van de mannen kan belemmeren lezen we in 1 Petrus 3:7: “Desgelijks gij, mannen, leeft verstandig met uw vrouwen, als met brozer vaatwerk, en bewijst haar eer, daar zij ook mede-erfgenamen zijn van de genade des levens, opdat uw gebeden niet belemmerd worden”.

 

Als wij niet naar Gods wil bidden, dan zullen onze gebeden niet worden verhoord. De gebeden die verhoord worden zijn door God in ons hart gegeven en daarom naar Zijn wil. In 1 Joh.  5:15 lezen we: “En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, weten wij, dat wij de beden verkregen hebben, die wij van Hem hebben gebeden”.

 

Laat de beloftes in Gods Woord niet door de duivel wegroven. God is een waarmaker van Zijn Woord en geeft ons prachtige beloftes: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in mijn naam” (Joh. 16:23).

Voor velen kan dit Schriftgedeelte beangstigend zijn. Ze geloven wel dat het een belofte is van God, maar hebben niet het geloof dat het ook voor henzelf een belofte is. Dit kan bijvoorbeeld komen doordat de duivel twijfel zaait in de harten van mensen: “Bij een ieder, die het woord van het Koninkrijk hoort en het niet verstaat, komt de boze en rooft wat in zijn hart gezaaid is” (Matt. 13:9).

 

Ook kan het zijn dat God onze gebeden al heeft verhoord, terwijl wij er nog niets van zien. We moeten God dan ook niet alleen maar blijven vragen, maar Hem ook alvast gaan danken dat het zal gebeuren.

We lezen in Marc. 11:12-21 dat Jezus eens met de discipelen langs een vijgeboom kwam. Jezus was hongerig maar zag geen vijgen aan de boom, waarop Hij de boom vervloekte. Een dag later liep Hij met de discipelen weer langs de vijgeboom. Zij zagen dat de boom tot aan de wortels toe verdord was. Toen Jezus een dag daarvoor de boom vervloekte zagen zij nog geen verandering. Pas een dag later zagen zij dat de boom verdord was. Zo kan het ook gaan in onze gebeden. We zien niet altijd direct resultaat en verandering, terwijl God onze gebeden al heeft verhoord. Als wij God om iets bidden moeten wij geloof hebben, ook als wij nog niets zien. Het kan een kwestie van tijd zijn. Jezus zegt: “Voorwaar, Ik zeg u, indien gij geloof hebt en niet twijfelt, zult gij niet alleen doen wat met de vijgeboom is gebeurd, maar zelfs indien gij tot deze berg zegt: Hef u op en werp u in de zee, het zal geschieden” (Matt. 21:21).

 

Jezus vraagt van ons om te bidden, zoeken en kloppen (Luc. 11:9). Soms is bidden niet genoeg maar moeten wij ook biddend zoeken en kloppen. We mogen aan God vragen: “Waarom Heer?”, of “Wie kan mij helpen Heer?”. In Jac. 1:5 staat: “Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden”.

Zoals we weten is de gemeente het Lichaam van Christus. Ieder met bepaalde gaven en talenten. God kan zijn mensen gebruiken om ook u te helpen! De één heeft de gave van profetie, de ander de gaven van genezing of bekwaamheid om te helpen, enz (Rom. 12:4-8 en 1 Kor. 12).

 

Soms is het niet te begrijpen waarom we geen bebedsverhoring krijgen. Het is God die het werk doet. Het hangt niet van onze inspanning af. Dit helpt ons om te rusten in Hem.

 

Tot slot

We kunnen op verschillende manieren tot God bidden. Hierbij is het belangrijk dat er gebeden wordt in geest en waarheid.

Bidden is bewust tijd maken voor God waarin u zich op Hem richt. Het is als het ware een offer, waar we soms gedisciplineerd een keuze voor moeten maken.

 

Kennis van Gods Woord kan een positieve uitwerking op uw gebedsleven hebben. Door kennis van Gods Woord leert u de juiste stappen te nemen en weet u wat u in geloof mag bidden. Want hoe is het mogelijk om te weten wat zijn wil is en te geloven in wat God voor ons heeft als wij het Woord niet kennen?

Door Gods Woord te kennen leren wij bidden naar Zijn wil. En wie bidt naar Zijn wil mag verwachten dat zijn gebeden worden verhoord.

 

wp88e7dcba.png
wpefed95cc.jpg