wp3494620f.png
“Zo zegt de Here, de Koning en Verlosser van Israël, de Here der heerscharen: Ik ben de eerste en Ik ben de laatste en buiten Mij is er geen God” (Jes. 44:6).

      Home

wp603d659a.png
wp40ade898.png
wpe2b70f5e.png
wpaf759342.png
wp210a49a5.png
wpe4ffdc81.png
wp5676e46b.png

De genadegaven

 

 

Voordat we de genadegaven gaan bespreken, die men ook wel de gaven van de Geest of uitingen des Geestes noemt, zullen we eerst in het kort een aantal zaken aangaande de Geest des Heren bespreken. Namelijk: ‘de heilige Geest’, ‘Gods Geest heiligt ons’, ‘hoe we de gaven gebruiken’ en ‘het rentmeesterschap’. Als we deze korte thema’s doorgenomen hebben gaan we een aantal geestelijke gaven stuk voor stuk bespreken. Deze overdenking sluiten we af met: ‘toetst alles en behoud het goede’.

 

De heilige Geest

In het oude testament, direct al op de eerste bladzijde van Gods Woord, lezen we over de heilige Geest: “De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren” (Gen 1:2).

 

Voor Jezus kruisdood was de Geest er alleen voor de leiders uit het Volk. De Geest zalfde hen om een bepaalde bediening uit te voeren, zoals die van koning, priester, profeet of oudste. Zo staat er dat de Geest Jefta vervulde om een oorlog des Heren te voeren: “Toen kwam de Geest des Heren over Jefta; hij trok Gilead en Manasse door, daarna door Mispa in Gilead en van Mispa in Gilead trok hij verder naar de Ammonieten” (Richt. 11:29). Zo gaf Gods Geest bijvoorbeeld Besaleël: wijsheid, kennis en inzicht om te ontwerpen (Ex. 35:31). Dit zijn enkele geestelijke gaven die werkzaam waren in oude testament.

 

In het nieuwe testament is de heilige Geest er niet alleen voor enkele leiders. Het Woord zegt in 1 Petr. 2:9: “Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht”.

 

De heilige Geest werd op de Pinksterdag, zo’n tweeduizend jaar geleden, uitgestort in Jeruzalem (Hand. 2). Op die dag werd tevens de eerst nieuw testamentische gemeente geboren en kwamen 3000 Joden tot bekering in de Here Jezus! Wat een opwekking! Als eerste gave ontvingen zij Gods Geest.

 

De heilige Geest heeft Jezus uit de doden opgewekt en is dezelfde Geest die de gelovigen wedergeboren deed worden. Door Hem zijn we gedoopt in het Lichaam (1 Kor. 12:13) en worden wij bekleed met kracht (Hand. 1:5). Hij getuigt met onze geest dat we kinderen van God zijn (Rom. 8:16). Het is de Geest die ons doet vrucht dragen (Gal. 5:22). Door de Geest worden we met de Geest vervuld (Ef. 5:18). Hij bedeelt de gave toe aan een ieder zoals Hij wil (1 Kor. 12:11). Hij overtuigt de wereld van zonde, gerechtigheid en oordeel (Joh. 16:8). De Geest doet ons van Jezus getuigen en verheerlijkt Hem (Joh. 16:14). Hij geeft ons kracht, liefde en bezonnenheid (2 Tim. 1:7). De Geest is de Waarheid en getuigt van de waarheid (Joh. 15:26 en 16:13). En doet levend water uit de gelovigen vloeien (Joh. 7:38).

De Bijbel leert ons dat de heilige Geest God is (Joh. 4:24). Hij is een Persoon, want we kunnen Hem bedroeven (Ef. 4:30). De Bijbel spreekt er zelfs over dat het mogelijk is tegen hem te zondigen (Mar. 3:29).

 

Gods Geest heiligt ons

Het is belangrijk dat er een leven door de Geest komt, in plaats van door het vlees: “Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven (Rom. 8:13). Na de wedergeboorte wil Gods Geest ons vormen naar het beeld van Jezus. Als wij ons gewillig laten vormen zullen we vervuld worden met de Geest, dit vraagt ons om ook na de wedergeboorte ons te blijven bekeren van slechte gewoonten. Paulus zegt: “En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest,…(Ef. 5:18). In Gal. 5:24 zegt de apostel: “Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd”. Dit is een proces wat ons leven lang zal duren. Als we hieraan gehoorzamen gaan we vrucht dragen, daardoor wordt het karakter van Jezus steeds meer zichtbaar in ons leven. Zijn karakter  is de vrucht van de Geest, dit uit zich in hen die vervuld zijn met de Geest: “Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing (Gal. 5:22).

 

Niemand is zonder zonden. We zijn gerechtvaardigd door ons geloof in Jezus naam (Rom 5:1). We mogen niet vertrouwen op onze gehoorzaamheid, want God geeft alles uit genade (Gal. 5:4). Gehoorzaamheid moet het resultaat worden van een leven uit geloof. Abraham is daar een prachtig voorbeeld van!

 

Het is aan ons de keus of we na onze bekering ook echt een ander leven willen leiden. Hieruit blijkt ook de echtheid van het geloof. Een christen behoort de zonde te haten en als Hij in zonde valt berouw te hebben en die te belijden (1 Joh. 1:9). De Bijbel leert dat onze eigen wil de dood brengt, want de gezindheid van het vlees is zondig. Dat van de Geest is leven en vrede (Rom. 8:6). Paulus zegt: “Want wie op de akker van zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie op de  akker van de Geest zaait, zal uit de Geest eeuwig leven oogsten” (Gal. 6:8). Ook zegt Paulus: “Bedenkt dit: wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten”  (2 Kor. 9:6).

 

Besteed dagelijks tijd aan Bijbellezen en bidden. Investeer in het Woord, zodat u er veel uit geopenbaard wordt. Zoekt de dingen die boven zijn, door u met uw hart en denken niet op aardse zaken te richten; maar op de dingen van de Heilige Geest (Kol. 3:1-3). Hierdoor kan Gods Geest steeds meer in u worden en zullen de gaven door u gaan werken. Maar voordat deze dingen gaan komen is het belangrijk dat we ons laten vormen naar het beeld van Christus. De Here Jezus zegt in Luc. 12:48: “Van een ieder, wie veel  gegeven is, zal veel geëist worden, en aan wie veel is toevertrouwd, van hem zal des te meer worden gevraagd”.

 

Hoe we de gaven gebruiken

We mogen de gaven nooit gebruiken om een bepaalde positie in de gemeente te willen krijgen of om een overheersende invloed op anderen te willen uitoefenen. Jezus heeft gezegd in Matt. 11:29: “neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen”.

Vanzelfsprekend worden de gaven ook niet gebruikt uit winstbelang. We ontvangen de gaven uit genade en we geven het om niet!

 

De gemeente is het lichaam van Christus en bestaat uit wedergeboren gelovigen. Net zoals het menselijk lichaam niet alleen een hand of voet is, zo bestaat ook het lichaam van Christus uit vele leden met verschillende bedieningen, gaven of talenten. In Rom. 12:4-6 lezen we: “Want, gelijk wij in een lichaam vele leden hebben, en de leden niet alle dezelfde werkzaamheden hebben, zo zijn wij, hoewel velen, een lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden ten opzichte van elkander. Wij hebben nu gaven, onderscheiden naar de genade, die ons gegeven is”.

 

De uitwerking van de gaven moet zijn tot welzijn van allen en zijn bedoeld om elkaar, de gemeente op te bouwen (1 Kor. 12:7). Laten we een voorbeeld nemen aan Jezus houding en karakter. Hij waste de voeten van zijn discipelen. Jezus had een dienend hart en was bereid om de minste te willen zijn. Hij gebruikte de gaven niet om indruk te willen maken en zichzelf te verheerlijken. Onze Heer en Redder was er voor de zondaars, de zieken en allen die gekweld werden door Satan! In bewogenheid en ontferming was Hij daar voor allen die Hem nodig hadden. Net als Jezus, wil God ook ons bewogenheid en ontferming geven, aan allen die gekweld worden door de duivel. Als we dat niet willen en daarnaar verlangen dan zal de kracht van Gods Geest niet door ons werken. Paulus zegt: “Jaagt de liefde na en streeft naar de gaven des Geestes, doch vooral naar het profeteren” (1 Kor. 14:1).

 

Over het gebruiken van de gaven in de gemeente zegt Paulus: “Laat alles betamelijk en in goede orde geschieden” (1Kor.14:40). God is namelijk geen God van wanorde, maar van vrede (1 Kor. 14:33).

 

Het spreken in tongen: “Indien er in tongen spreken, laten het er twee, ten hoogste drie zijn, ieder op zijn beurt, en laat een uitleg geven. Is er echter geen uitlegger, dan moet men zwijgen in de gemeente, maar tot zichzelf en tot God spreken” (1 Kor. 14:27-28).

 

Het profeteren: “Wat de profeten betreft, twee of drie mogen het woord voeren, en de anderen moeten het beoordelen. Maar indien aan een ander, die daar gezeten is, een openbaring ten deel valt, moet de eerste zwijgen. Want gij kunt alleen een voor een profeteren, opdat allen lering en allen opwekking erdoor ontvangen. En de geesten der profeten zijn aan de profeten onderworpen (zij moeten kunnen wachten tot het juiste moment van spreken” (1 Kor. 29-32).

 

Het rentmeesterschap

De gaven van de Geest kunnen door ieder gelovige functioneren. Wie wedergeboren is heeft tenminste één gave van de Geest. Hij bezit die niet, maar hij beheert die (1 Kor. 12:11).  Zelf zijn we er verantwoordelijk voor wat we met de gaven doen. We kunnen de gave(n) begraven, maar we kunnen ons ook in gebed naar Christus uitstrekken en Hem vragen om wijsheid, leiding en vervulling met de heilige Geest. Hij schenkt de gaven gelijk Hij wil. Dit vraagt van ons verantwoordelijkheid, hoe wij ermee om gaan, bijvoorbeeld vanuit welke instelling: “Al ware het, dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de liefde niet, ik ware niets” (1 Kor. 13:2). Het kan zelfs gebeuren dat de Here de genade gaven bij een dienstknecht wegneemt, omdat hij bewust en zonder berouw bleef zondigen. Een goed voorbeeld hiervan is Simson (Richt. 16:16-21).

 

De Here Jezus zegt over het beheren van de gaven: “Want het is als een mens, die bij zijn vertrek naar het buitenland zijn slaven riep en hun zijn bezit toevertrouwde. En de een gaf hij vijf talenten, een ander twee, een derde een, een ieder naar zijn bekwaamheid, en hij reisde buitenslands” (Matt. 25:14).

Dat wij rentmeesters zijn over wat God ons toevertrouwt blijkt ook uit het volgende Schriftgedeelte: “Dient elkander, een ieder naar de genadegave, die hij ontvangen heeft, als goede rentmeesters over de velerlei genade Gods” (1 Petr. 4:10). We zullen hier ook eens rekenschap voor moeten afleggen. Dan zal ook blijken of we het met Hem en voor Hem deden en zal de Here beoordelen hoeveel loon wij ontvangen (Matt. 25:14-30 en 1 Kor. 3:11-15).

 

Het is belangrijk dat wij ons beschikbaar blijven stellen voor de leiding van Gods Geest. Laat u gebruiken waar God u nu al voor kan gebruiken. Daarin behoren we te handelen naar de genade en de mate van geloof die God gegeven heeft. In Rom 12:3 lezen we: “Want krachtens de genade, die mij geschonken is, zeg ik een ieder onder u: koestert geen gedachten, hoger dan u voegen, maar gedachten tot bedachtzaamheid, naar de mate van het geloof, dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeld”.

 

De gaven van de Geest

De gaven van de Geest zijn bovennatuurlijk en werken door één en dezelfde Geest en worden geschonken zoals de Here wil: “Doch dit alles werkt een en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil” (1 Kor. 12:11).

 

We mogen niet trots zijn op gaven die we beheren en denken dat we geestelijker zijn dan anderen. De Bijbel leert ons namelijk dat de gaven tot stichting van de gemeente zijn. Daar moeten wij ons vurig naar uitstrekken (1 Kor. 14:12). Ook is het niet goed om onszelf te meten met anderen. Hierdoor kan namelijk hoogmoed of jaloezie komen. Het gevolg hiervan kan zijn dat men naar een bediening of gave gaat streven die de Here niet voor hen heeft (1 Kor. 12:28-30). We zullen de Here daarom moeten vragen: “Here wat is Uw wil met mijn leven?” (Gal. 2:20).

 

In het kort een uitleg over de gaven uit 1 kor. 12:8-10:

 

-De gave van wijsheid: Door Gods Geest kan er bijvoorbeeld een openbaring komen hoe we moeten handelen of wat we moet zeggen.

 

-De gave van kennis: Doordat Gods Geest over bepaalde omstandigheden kennis geeft, kan er bijvoorbeeld een oplossing komen voor iemands problemen.

 

-De gave van onderscheiden van geest:  Gods Geest openbaart of iemand door de heilige Geest wonderen en tekenen doet of door de geest van de antichrist. Gods Geest kan bijvoorbeeld ook openbaren of iemands probleem vlees of geest (demon) is. En of een lering uit God is of niet (1 Joh. 2:18-26 en 4:1-6).

 

-De gave van geloof: Hiermee wordt niet het geloof bedoeld waardoor we behouden zijn. We spreken hier over de gave van geloof. Het is een gave waarin God door de gelovigen bewerkt, dat zij geloven dat God buitengewoon grote dingen kan doen.

 

-De gave van genezing: God heeft sommigen in de gemeente aangesteld waardoor Hij de gave van genezing (gezondmaking) laat werken. In Jezus naam bidden zij voor de zieken om genezing aan anderen mede te delen.

 

-De gave van krachten: Deze gave wordt ook wel gave van wonderwerken genoemd. Door deze gave gebeuren bovennatuurlijk dingen. Zoals we weten heeft Jezus eens water in wijn veranderd (Joh. 2:1-11). Ook heeft Jezus bijvoorbeeld over het water gelopen (Matt. 14:22-33).

 

-De gave van profetie: Deze gave is stichtend, vermanend en bemoedigend (1 Kor. 14:3). Door deze gave kunnen verborgen dingen van gelovigen of ongelovigen aan het licht komen, waardoor zij zullen erkennen dat God met hen is (1 Kor. 14:24-25).

 

-De gave van tongen of talen: Door de Geest spreekt de gelovige geheimenissen (1 Kor. 14:2). Het is een gave die de gelovige sticht (1 Kor. 14:4). We moeten daarom deze gave niet onderschatten. Het spreken in tongen kan zich uiten in engelentaal (1 Kor. 13:1). Ook is het een teken voor de ongelovigen als deze gave zich uit in menselijke talen die jezelf niet geleerd hebt (Hand. 2:5-13 en 1 Kor. 14:22).

 

Er zijn meer gaven:

Er zijn meer gaven dan de negen genadegaven uit 1 Kor. 12:8-10. In Rom. 12:6-8 benoemd Paulus ook een aantal gaven: “Wij hebben nu gaven, onderscheiden naar de genade, die ons gegeven is: “profetie, naar gelang van ons geloof; wie dient, in het dienen; wie onderwijst, in het onderwijzen; wie vermaant, in het vermanen; wie mededeelt (vrijgevig is), in eenvoud; wie leiding (besturing) geeft in ijver; wie barmhartigheid bewijst, in blijmoedigheid”. In 1 Kor. 12:28 komen we ook de gave van helpen tegen.

 

Ook lezen we in het Woord over de vijfvoudige bediening in de gemeente. Sommigen noemen het gaven van de Geest of bedieningsgaven. In deze overdenking zal ik daar niet op ingaan. Des al niet te min is het goed om dit eens te bestuderen. In Ef. 4:11 lezen we: “En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars”. Zij zijn de hoofd verantwoordelijken in het Lichaam. Hun bediening is door Christus aangesteld: “om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus. Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt” (Ef. 4:12-14).

 

Toetst alles en behoud het goede

Het is belangrijk om te toetsen of leringen, profetieën, wonderen en tekenen uit God zijn of niet. We hebben daar de Bijbel bij nodig, dat is ons houvast. Kennis van het Woord is belangrijk. God waarschuwt zijn volk: “Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis (Hos. 4:6). Dat we moeten toetsen of iets uit God is of niet blijkt uit het volgende Schriftgedeeltes: “Dooft de Geest niet uit, veracht de profetieën niet, maar toetst alles en behoudt het goede. Onthoudt u van alle soort van kwaad” (1 Tess. 5:19-22). In 1 Joh. 4: 1 lezen we: “Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan”.

 

Heel belangrijk is het om afstand te nemen van leringen, profetieën of plekken waar wonderen gebeuren, die niet door Gods Geest zijn. Het is zelfs een bevel uit het Woord: “Onthoudt u van alle soort van kwaad”,  hebben we net gelezen. Gods Geest is namelijk heilig en wij moeten ons niet jukken laten opleggen die antichristelijk zijn. Geestelijk gezien is het overspel als we de Here niet trouw blijven, door andere geesten te volgen (Ezech. 23:30).

 

De apostel Johannes bemoedigt ons dat we niet bang moeten zijn om verleid te worden. In 1 Joh. 2:27 zegt hij: “En wat u betreft, de zalving, die gij van Hem ontvangen hebt, blijft op u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar, gelijk zijn zalving u leert over alle dingen, en waarachtig is en geen leugen, blijft in Hem, gelijk zij u geleerd heeft”. De Geest overtuigt altijd overeenkomstig de Bijbel of we iets uit God is of niet.

 

U mag de Here biddend vragen dat Hij u zal behoeden voor het kwaad en u openbaringen zal geven of er nog dwalingen zijn waar u zich van moet bekeren: “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid” (1 Joh. 1:9).

 

Blijf in Hem en rust in Hem, want soms heeft het gewoon tijd nodig voordat we bewust worden waar we ons van moeten bekeren. Wat is het dan een rust om te weten dat: “wie zal veroordelen? Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit” (Rom. 8:34). Amen!

 

wpe7f9c609.png
wp54676502_0f.jpg