Het nieuwe Jeruzalem
Het nieuwe Jeruzalem, de toekomstige woning van de gemeente, wordt ook wel ‘de bruid
des Lams’ genoemd. Paulus geeft een sterk getuigenis, dat de gemeente de bruid van
Christus is: “Want met een ijver Gods waak ik over u, want ik heb u verbonden aan
een man, om u als een reine maagd voor Christus te stellen” (2 Kor. 11:2). Zie ook
Ef. 5:25-27. Bruidegom (Christus) en bruid (gemeente) zijn één. De gemeente is Zijn
bruid waarmede Hij één lichaam wil zijn, waarvan Christus het Hoofd is. Ook man en
vrouw zijn één vlees, waarvan de man het hoofd is (Gen. 2:24 en 1 Kor 11:3). En zoals
de vrouw uit de man genomen is, zo is de gemeente uit Christus (Gen. 2:21-23 en 1
Kor. 1:30, 1 Joh. 2:29 en 5:1).
De woonplaats van de gemeente
Als de gemeente van de aarde is opgenomen woont zij in het hemelse Vaderhuis. Dit
is de allerheiligste plaats in de hemel. Het is de tempel van God. Hier woont onze
Heer met Zijn bruid: “en zo zullen wij altijd met de Here wezen” (Tess. 4:17). Wat
zal dat geweldig zijn, wanneer wij, Zijn gemeente en tevens Zijn bruid, voor altijd
met Hem mogen wezen! De bruid van Christus zal in grote blijdschap en tevredenheid
in het nieuwe Jeruzalem wonen. Dan zullen wij Hem van aangezicht tot aangezicht zien
en zullen wij geen vragen meer hebben (1 Kor.13:12).
De gelovigen die overwinnen, die in Christus Jezus blijven, mogen in het hemelse
Vaderhuis verblijven (Hebr. 3:6). Op hen staat geschreven de naam van God en het
nieuwe Jeruzalem en de nieuwe naam van de Here Jezus Christus zelf. “Wie overwint,
hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit
gaan; en Ik zal op hem schrijven de naam mijns Gods en de naam van de stad mijns
Gods, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe
naam” (Openb. 3:12). In Openb. 2:17 lezen we dat ook de gelovigen, van God, een nieuwe
naam ontvangen. Die nieuwe naam weet niemand, dan die hem ontvangt. Aan de oude naam
zal niet meer gedacht worden, want wie in Christus is, is een nieuwe schepping. En
bij een nieuwe schepping hoort een nieuwe naam, die strikt persoonlijk is, want het
oude is voorbij gegaan en het nieuwe is gekomen (2 Kor. 5:17).
De woonstede Gods is niet met mensenhanden gebouwd
De gemeente van de Here Jezus Christus woont in het nieuwe Jeruzalem en zij is tevens
het nieuwe Jeruzalem zelf. De hemelse tempel Gods is niet met mensenhanden gebouwd.
De bouwmeester is God zelf. En de gemeente is het bouwwerk. Zij zijn levende bouwstenen
van de tempel Gods. Dit is het verheerlijkte Lichaam van Christus. De tempel van
God bestaat uit grote en kleine stenen, want niet alle gemeenteleden krijgen evenveel
loon (1 Kor. 3:10-15). Dit is de stad die Abraham verwachte (Hebr. 11:10). Zo lezen
we in Petr. 2:5: “en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van
een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke
offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus”. De apostel Paulus zegt: “Weet
gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont?” (1 Kor. 3:16).
“Welke gemeenschappelijke grondslag heeft de tempel Gods met afgoden? Wij toch zijn
de tempel van de levende God, gelijk God gesproken heeft: Ik zal onder hen wonen
en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn” (2 Kor. 6:16).
“Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen
en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl
Christus Jezus zelf de hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend,
op tot een tempel, heilig in de Here, in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede
Gods in de Geest” (Ef. 2:19-22). “…het huis Gods, dat is de gemeente van de levende
God,…” (1 Tim. 3:15). En in Openb. 21:14 lezen over het nieuwe Jeruzalem: “En de
muur der stad had twaalf fundamenten en daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen
des Lams”.
De vrouw des Lams
In Openb. 21:11-27 staat geschreven hoe de heilige stad, het hemelse Jeruzalem, eruit
ziet. Johannes zegt: “en zij had de heerlijkheid Gods, en haar glans geleek op een
zeer kostbaar gesteente, als de kristalheldere diamant. En zij had een grote en hoge
muur en zij had twaalf poorten en op de poorten twaalf engelen, en namen op (de poorten)
geschreven, welke zijn die van de twaalf stammen der kinderen Israëls. Naar het oosten
waren drie poorten en naar het noorden drie poorten en naar het zuiden drie poorten
en naar het westen drie poorten. En de muur der stad had twaalf fundamenten en daarop
de twaalf namen van de twaalf apostelen des Lams. En hij, die met mij sprak, had
een gouden meetstok, om de stad op te meten, en haar poorten en haar muur. En de
stad lag in het vierkant en haar lengte was even groot als haar breedte; en hij mat
de stad met de stok: twaalfduizend stadiën; haar lengte en haar breedte en haar
hoogte waren gelijk. En hij mat haar muur op: honderd vierenveertig el, mensenmaat,
die engelenmaat is. En de bouwstof van haar muur was diamant; en de stad was zuiver
goud, gelijk zuiver glas. En de fundamenten van de muur der stad waren met allerlei
edelgesteente versierd. Het eerste fundament was diamant, het tweede lazuursteen,
het derde robijn, het vierde smaragd, het vijfde sardonyx, het zesde sardius, het
zevende topaas, het achtste beril, het negende chrysoliet, het tiende chrysopraas,
het elfde saffier, het twaalfde amethist. En de twaalf poorten waren twaalf paarlen:
iedere poort afzonderlijk was uit een parel; en de straat der stad was zuiver goud,
gelijk doorschijnend glas. En een tempel zag ik in haar niet, want de Here God, de
Almachtige, is haar tempel, en het Lam. En de stad heeft de zon en de maan niet van
node, dat die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp
is het Lam. En de volken zullen bij haar licht wandelen en de koningen der aarde
brengen hun heerlijkheid in haar; en haar poorten zullen nooit gesloten worden des
daags, want daar zal geen nacht zijn; en de heerlijkheid en de eer der volken zullen
in haar gebracht worden. En in haar zal niets onreins binnenkomen, en niemand, die
gruwel en leugen doet, maar alleen zij, die geschreven zijn in het boek des levens
van het Lam”.
De heilige stad straalt van de heerlijkheid van God en heeft de glans van kristalhelder
diamant. De stad zelf is van zuiver goud. De 12 fundamenten van de muur van de stad
zijn versierd met edelgesteente en de 12 poorten van de stad zijn van paarlen. De
vraag echter is of deze stad al tijdens het vrederijk neerdaalt of dat zij alleen
tijdens de nieuwe aarde zal neerdalen? Hier zijn verschillende meningen over, die
men goed kan onderbouwen. Zelf denk ik dat deze hemelse stad boven de aarde in verbinding
zal staan met het aardse Jeruzalem tijdens het duizendjarig vrederijk (Micha 4:1
en Openb. 21:10). Dan zullen de volken bij haar licht wandelen. De poorten van de
stad zullen overdag nooit gesloten worden en nacht zal er niet meer zijn. De koningen
der aarde zullen hun heerlijkheid in haar brengen en de heerlijkheid en de eer van
de volken zullen in haar gebracht worden. De poorten van de Godstad worden door
engelen bewaakt. Niets onreins zal de stad binnenkomen. Want in de poorten zal gekeken
worden wie er wel en niet toegelaten worden, zodat alleen zij die in het boek des
levens staan door de poorten mogen gaan. Dit is nodig omdat er tijdens het vrederijk
nog steeds zondaars zullen zijn (Jes. 65:20). Op de nieuwe aarde is echter iedereen
geheel rein.
In het nieuwe Jeruzalem is geen tempel, want de Here God en het Lam is haar tempel.
De stad zelf heeft geen zonlicht nodig, want de heerlijkheid van God en het Lam verlicht
haar. “…God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis” (1 Joh. 1:5). De
grote stad is realiteit, want zij is opgemeten. De engel heeft de heilige stad met
mensenmaat gemeten. De lengte en breedte en de hoogte zijn gelijk, 12000 x 12000
stadiën. Dat is ongeveer 2200 x 2200 km. Dat is een afstand van Amsterdam naar Moskou.
Zo lang, zo breed en zo hoog is het nieuwe Jeruzalem. De maten zijn precies gelijk.
Er is maar één die deze stad, die uit levende bouwstenen bestaat, heeft kunnen bouwen,
en dat is God! De maten van de stad hebben allemaal een betekenis. 12000 stadiën
heeft betrekking op de 12 apostelen en de op 12 twaalf stammen der kinderen Israëls.
Er zijn bijbeluitleggers die menen dat om de stad heen een muur gebouwd is en dat
de muur 144 ellen hoog is, dat is ongeveer 70 meter. Volgens hen is de stad een piramide
met daarom heen een muur. Het getal 144 doet verschillende bijbeluitleggers denken
aan de 144.000 verzegelden uit de twaalf stammen van Israël (Openb. 7:1-8 en 14:1-5).
De muur om de stad moet volgens hen bescherming bieden. De 144.000 zijn dan als het
ware wachters. De meeste uitleggers zijn van mening dat er geen muur om de stad heen
gebouwd is. Voor zo’n grote stad lijkt een muur van 70 meter niet echt hoog. Zij
geloven dat er de dikte van de muren mee bedoeld wordt. De stad is volgens hen dan
ook een kubus. Het Heilige der heiligen in de tabernakel en in de tempel was ook
een kubus (1 Kon. 6:20).
Het geboomte des levens en het water des levens
In het hemelse Jeruzalem staat de troon van God en van het Lam. Vanuit de troon stroomt
het water des levens en aan weerszijden van de rivier staat het geboomte des levens.
In Openb. 22:1-2 zegt Johannes: “En hij toonde mij een rivier van water des levens,
helder als kristal, ontspringende uit de troon van God en van het Lam. Midden op
haar straat en aan weerszijden van de rivier staat het geboomte des levens, dat twaalfmaal
vrucht draagt, iedere maand zijn vrucht gevende; en de bladeren van het geboomte
zijn tot genezing der volkeren”. Met de stroom van het water, dat vanuit de troon
van God en het Lam stroomt, wordt de Heilige Geest bedoeld (Joh. 7:38-39). Het water
des levens voedt en bekrachtigt de hemelse heiligen. Het geboomte des levens, dat
de Here Jezus voorstelt, zal elke maand, twaalf maal per jaar, zijn vrucht geven.
De hemelse heiligen zullen van de vruchten mogen genieten. Tijdens het duizendjarig
vrederijk zullen de bladeren van het geboomte des levens voor de volken zijn. Zij
zullen er genezing door ontvangen en in leven blijven. Niemand zal meer ziek zijn
(Jes. 33:24). Toen Adam en Eva niet meer in het paradijs, in de hof van Eden mochten
wonen, omdat zij gezondigd hadden, werd de boom des levens door cherubs bewaakt.
Waardoor zij niet van de boom mochten eten en daardoor op oudere leeftijd stierven
(Gen. 3:22).
De gelovigen in Christus gaan een geweldige toekomst tegemoet!
Maranatha!