wp4fabfd14.png
“Zo zegt de Here, de Koning en Verlosser van Israël, de Here der heerscharen: Ik ben de eerste en Ik ben de laatste en buiten Mij is er geen God” (Jes. 44:6).

      Home

wp603d659a.png
wp40ade898.png
wpe2b70f5e.png
wpdf52d50e.png
wp210a49a5.png
wpe4ffdc81.png
wp1b6a3d3a.png

Leven door de Geest…

Wat is dat?

 

(Door Feike ter Velde)

 

 

Ik ben er blij mee u iets uit het prachtige boekje van Feike ter Velde: “Leven door de Geest… Wat is dat? te mogen aanbieden. Vanuit eigen ervaring vertelt hij wat een leven door de Geest is. Voor velen, inclusief mijzelf, is dit prachtige boekje tot zegen geweest. Vooral nu in deze tijd, waarin zoveel misleiding is, helpt dit boekje ons om bijbelgetrouw, vanuit eerbied en ontzag te spreken over de Geest.

 

Als u zich afvraagt wat een leven door de Geest is? Of u heeft een verlangen om vervuld te worden met de Geest, dan beveel ik het gehele boekje van harte bij u aan! Onderaan dit artikel kunt u het gratis per e-mail aanvragen.

 

Jeep van der Schoot

www.dekoningkomt.nl

 

 

Opnieuw geboren

Als we opnieuw geboren worden door de genade van God en we zijn door het geloof een kind van God geworden, dan hebben we een nieuwe start mogen maken. Dat is heel belangrijk, het allerbelangrijkste. De dood en de opstanding van de Here Jezus Christus is – door de wedergeboorte – ook onze dood en opstanding geworden. We zijn gestorven met Hem, begraven met Hem en opgestaan met Hem (Rom. 6:3,4). We zijn verzoend met God en we mogen leven vanuit de vergevende liefde van onze hemelse Vader. Zonder deze verzoening is uitgesloten om te komen tot de vervulling met de Heilige Geest. Die verzoening is essentieel. Een nieuw leven is begonnen. De vraag is of we dan ook met een geheel blanco pagina kunnen beginnen in ons leven. Nee, dat is niet zo. We nemen onszelf mee dat nieuwe leven in. Onszelf, ons verleden, onze wijze van denken, reageren op de dingen en alles wat verder bij ons hoort. We geloven echter dat, toen we tot geloof kwamen, toen we ons leven aan de Here Jezus overgaven en Hij kwam wonen in ons hart, dat toen de Heilige Geest in ons binnenste kwam wonen, en ons daar dat nieuwe leven gaf, het Opstandingsleven van de Here Jezus Christus. Bij de bekering en de wedergeboorte is de Persoon van de Heilige Geest actief betrokken. Dat is Zijn werk bij uitstek. Maar dat is nog niet de ‘vervulling’ met de Heilige Geest. Als we tot levend komen en opnieuw geboren worden, dan worden door de Heilige Geest ‘gedoopt’ tot het Lichaam van Christus, dat is de Gemeente van Christus (1 Cor. 12:13).

Maar spoedig zullen we ontdekken, dat heel dat oude leven, die oude wijze van denken, doen, reageren op anderen  en noem maar op, nog volop in ons aanwezig is. Want we zijn een product van de wereld waarin we zijn geboren. Een wereld die door-en-door in opstand is tegen God en Zijn geboden. Die zondige natuur zit heel diep van binnen, in ons diepste innerlijk. Voor die werkelijkheid moeten – na de wedergeboorte(!) – onze ogen geopend worden!

 

Eigenlijk willen we dat niet horen. We horen natuurlijk veel liever dat het nu allemaal prima in orde met ons is. Dat we nu kunnen delen in alle zegeningen die God heeft beloofd. We zijn geneigd te denken dat we op al die zegeningen ook wel recht hebben. We hebben ons immers bekeerd. We hebben aan alle voorwaarden voldaan. Eigenlijk zijn we geneigd te denken, dat God het ook nog wel goed met ons heeft getroffen. Hij mag eigenlijk wel blij met ons zijn. Dat zullen we natuurlijk nooit tegenover anderen uitspreken, maar dat is toch wel zoals we geneigd zijn te denken. En dat is heel begrijpelijk. Dat heeft ook te maken met onze afkomst. We leven in een wereld die zo denkt. Dat is de logica, waarin wij ons welbevinden. We weten niet beter.

 

De Geest aan het werk

Nu is de eerste taak van de Heilige Geest – die op de dag van onze wedergeboorte in ons hart kwam wonen – om ons te overtuigen van zonde. Nu kan hij pas echt aan het werk gaan, binnenin ons. Door zijn inwoning is het mogelijk geworden dat Hij ons de dingen kan laten zien, zoals ze werkelijk zijn. En dàt is nu de grote moeilijkheid! Nu komt er strijd en die moeten we niet uit de weg gaan. Wilt u de vervulling mèt de Geest en het leven dóór de Geest leren kennen? Ontloop dan niet datgene wat de Bijbel noemt ‘de strijd tussen het vlees en de Geest’. Vroeger zei men, als iemand tot bekering was gekomen: “Welkom in de strijd!”

 

Waar komt die strijd vandaan? Welnu, dat heeft te maken met die ‘inwoning’.  De Geest is bij ons komen inwonen, maar er is ook nog een hoofdbewoner. De Bijbel noemt die hoofdbewoner  ‘het vlees’ en dat zijn we zelf, onze eigen zondige natuur. Het ‘ik’ en ‘zelf’, zoals ik als persoon ben. Bij elke inwoning moet een regeling getroffen worden met de hoofdbewoner. Degene die inwoont moet zich zoveel mogelijk aan de wensen van de hoofdbewoner aanpassen. De hoofdbewoner heeft het uiteindelijk voor het zeggen en neemt de laatste beslissingen. Hij heeft het laatste woord en is de hoogste autoriteit. Niemand zal zijn gezag dan ook betwisten. Hoe anders is dat met de Heilige Geest. Hij kwam niet om in te wonen, maar verlangt de Hoofdbewoner te worden. Hij kan geen genoegen nemen met een klein kamertje ergens bovenin ons levenshuis. Spoedig breekt Hij daaruit en laat Hij de hoofdbewoner merken dat Hij er is. De Geest kan op allerlei momenten Zijn aanwezigheid aan ons tonen. Bijvoorbeeld als er een moeilijkheid met iemand ontstaat, met je man of je vrouw, met je kinderen of met je ouders. Er is een conflict gekomen en je reageert helemaal fout. Veel te heftig, te onredelijk en vanuit de boosheid. Je vrede is weg en je ziet wel in dat je fout hebt gehandeld. De Geest spreekt je aan en zegt dat zo’n houding niet in overeenstemming is met het nieuwe leven van Christus. Zo zou Hij niet hebben gereageerd; dat zou Hij niet zo hebben gezegd. Maar ja … dan toegeven. Dan instemmen met de Geest en toegeven dat je fout was. Die fout dan aan de ander gaan belijden. Dat is moeilijk! Dat geeft strijd en die strijd kòmt er en moèt er ook zijn!

 

De verzoeking komt en de beproeving komt en dan komt ook de strijd. In die strijd lijd je niet zelden een nederlaag. Je valt jezelf zo tegen. Waar is dat nieuwe leven dat zo overweldigend kwam bij je bekering, toen die grote liefde van God je hart vervulde. Je wilde de hele wereld wel bekeren. Je stond in vuur en vlam voor de Here Jezus Christus. Je werd omringd door lieve broeders en zusters, die blij met je waren. Je was een hele nieuwe wereld binnengegaan. Je was christen geworden. De Here Jezus was je alles geworden. Maar toen kwam de strijd, na verloop van tijd. De eerste nederlaag en de eerste ontnuchtering. Je zag zonden bij andere christenen. Je kwam ook jezelf tegen. Die zonden, die je bij anderen zag, bleken ook in je eigen leven aanwezig. Gaandeweg leek het wel weer donkerder te worden. Enige tijd heb je het ontkend en het niet toe willen geven. Maar je zag wel in, dat de werkelijkheid anders was dan wat je had gedacht en geloofd. Er kwam strijd. Niet alleen met anderen in allerlei vormen en situaties. Ook met jezelf. En in stilte kun je wel janken en soms doe je dat ook.

 

Beproevingen

Ik herinner ‘t me goed. Het was na een periode van grote persoonlijke zegeningen, die ik mocht ervaren. Na een periode dat ik de Here heel concreet had ervaren en waarin Hij heel concreet tot me had gesproken, voerde Hij mij naar gebieden in mijn leven, waarvan ik het bestaan niet eens vermoedde. Het werd een confrontatie met mezelf. Ik zag mezelf zoals ik dat nooit eerder had gezien. Er was zoiets als “Wee mij, ik verga!” Ik had gezegd – na een heel moeilijke tijd van verwerking, van belijden en van vergeving vragen – : “Een ding heb ik van de HERE gevraagd, dit zoek ik: te verblijven in het huis des Heren al de dagen van mijn leven, om de liefelijkheid des Heren te aanschouwen, en om te onderzoeken in Zijn tempel” (Psalm 27:4).  Wat was me dat in die moeilijke dagen kostbaar geworden. De zegeningen die Hij me toen gaf, Zijn concrete, bijna tastbare nabijheid, hebben een diepe en rijke indruk achtergelaten, waarop ik nog steeds met dankbaarheid terugzie. Ik mocht Zijn wondere liefde aanschouwen, maar niet nadat Hij had gezegd: “Komt laat ons tezamen richten” (Jes. 1: 18). Wat een kostbare dingen zijn dat. Als Hij ons zo dicht nabij komt en van-hart-tot-hart als een vader met je spreekt. Nooit meer terug naar de dingen van de wereld, nooit meer naar de ‘vleespotten van Egypte’, zoals we dat van het uitgeleide Israël lezen.

 

Maar niet erg lang na die rijke ervaringen, kwam ik mezelf weer tegen. Er kwam harde kritiek op me af. Terechte kritiek en dat is nog het meest pijnlijke. Eerst van één persoon en toen – op andere gebieden – van andere mensen. Kritiek, terechte en onterechte, corrigerende en kritische bejegeningen. Ik ontdekte bij mezelf, dat ik – zelfs na al mijn rijke ervaringen met God – niet wezenlijk was veranderd. Ik kon die kritiek niet hebben. Ik voelde me gekwetst, benadeeld, beledigd. Ik was boos en chagrijnig en in m’n gevoel gedeprimeerd. Maar na verloop van tijd kwam ik erachter, dat ik de proef niet had doorstaan! Ik was gezakt. Ik moest opnieuw – na zoveel jaar van christenleven achter me – leren zien, dat ik de Here Jezus nodig had. Méér dan ik ooit daarvoor had gezien. Ik moest erkennen, dat ik zelfs in de meest simpele situaties niet zonder de Heiland kan en zonder de hulp van Zijn Geest. Want opnieuw moest ik toegeven, dat heel diep van binnen die trotse, hoogmoedige mens woont, die er alleen maar op uit is zichzelf te zoeken en de eigen eer bevestigd te zien, iemand die geniet van complimentjes en schouderklopjes en die voortdurend zelfbevestiging zoekt. Maar zodra er ook maar enige kritiek of vermaning komt, dan ben ik iemand die gekwetst is en beledigd. Die ontdekking te doen – en steeds weer te doen – bracht mij tot een dieper inzicht in het feit, dat “in mij geen goed woont” (Rom. 7: 18). Die tekst kende ik wel, natuurlijk, maar alleen maar als woord, niet als existentiële werkelijkheid. Dan komt er een innerlijk afbraakproces. Achteraf zie je de betekenis van zulke beproevingen, zoals die door kritiek op je persoon of je functioneren op je af komt. Op het moment van de beproeving zelf kan het huilen je nader staan dan het lachen. Je voelt je verongelijkt en niet zelden komen er gevoelens van zelfmedelijden. Je schroomt ook niet om jezelf het grootste gelijk van de wereld te geven en de ander met bittere gevoelens te bekijken. Ook zoek je je gelijk bij anderen. Je hangt een verhaal op om jezelf zo gunstig mogelijk voor te stellen en de kritiek zoveel mogelijk als onredelijk en kwetsend af te schilderen. Als die anderen je dan helemaal gelijk geven en je ook slachtoffer vinden van onredelijkheid en oneerlijkheid, dan voel je je getroost en bemoedigd. Je bent je er niet eens van bewust, dat je die anderen manipuleerde met je mooie verhalen. Je ziet niet, dat je maar op één ding uit bent: die ander voor je karretje te spannen. Zo misleid je jezelf en die anderen ook. Zo zitten we in elkaar. Zo zijn we werkelijk. Maar die werkelijkheid is achter een masker van vroomheid, braafheid en onschuld verborgen.

 

We zijn slim geworden in het verbergen van de waarheid over onszelf. We verdoezelen die waarheid zo vaak, voor onszelf en voor anderen. We kunnen er ook niet mee leven. Het is te erg om te dragen, te moeilijk om te aanvaarden en te veel om het ooit te kunnen overwinnen. Tenzij we die waarheid in het licht van God brengen en het in Zijn tegenwoordigheid onder ogen zien. Dan durven we het masker af te doen en alles met name belijden, dat is onze enige weg. Komen tot diepe verootmoediging in de binnenkamer en zeggen “Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart”  (Ps. 139:23).

De Heilige Geest heeft zijn methode en manier om Zijn “inwoning” duidelijk te maken. Dat doet Hij bij ieder weer anders. Maar dat gezegende werk in ons moet gebeuren. Hij moet ons ontdekken aan onszelf, aan onze diepe zondige natuur, willen we ooit toekomen aan dat prachtige gebod “WORDT VERVULD MET DE GEEST”. We moeten eerst op één lijn komen met de Geest. We moeten eerst leren instemmen met Zijn Goddelijke beoordeling van de werkelijke situatie in ons leven. We moeten leren zien wat Hij ziet. Daar moeten onze ogen voor geopend worden. We zijn voor die werkelijke situatie geheel verblind. We zijn van nature zo vervuld met zelfliefde, dat er voor de Geest in ons helemaal geen plaats is. Als we vol zijn met “zelf”, als zijne majesteit “IK” op de troon van ons leven zit, dan is er geen plaats meer voor de Here Jezus en voor Zijn Geest. O ja, we kunnen wel vrome woorden spreken, het lijkt allemaal heel wat, maar het is slechts schijn. Hoe pijnlijk is het die ontdekking te doen. Eigenlijk te ontdekken, dat je een huichelaar bent, een vrome bedrieger, die “met een schijn van godsvrucht de kracht ervan verloochend heeft” (2 Tim 3:5). Die ontdekking doet niemand graag. Als je die ontdekking al zou doen, dan zou je het zo snel mogelijk weer willen toedekken en er niet meer aan willen denken. Wie kan bij die werkelijkheid nog leven?

 

De dood

De dood is de enige uitweg. Je kunt er ook niet bij leven. Als God Zelf door de Heilige Geest, ons van onze werkelijkheid gaat overtuigen, kunnen we niet meer leven. Zo verschrikkelijk is de zondaarsnatuur in het ontdekkende licht van God, dat is met woorden niet te beschrijven. Het is te erg, te zwaar en te donker……..

 

Wilt u meer lezen? Vraag dan het boekje: “Leven door de Geest… Wat is dat?, per e-mail aan bij Feike ter Velde: fftv@wxs.nl.

 

 

wp0ae5b535_0f.jpg
wpb39141ad.png