HET NIEUWE JERUZALEM - de bruid van het Lam
Ook tijdens de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zal de gemeente nog steeds bij haar
Heer in het hemelse Vaderhuis wonen (1 Tess. 4:17). In Openb. 3:12 lezen we over
de in heerlijkheid opgenomen gemeente: “Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil
in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven
de naam mijns Gods en de naam van de stad mijns Gods, het nieuwe Jeruzalem, dat uit
de hemel nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam”.
Er zijn uitleggers die menen het nieuwe Jeruzalem boven de nieuwe aarde zal blijven
zweven. Maar dat hoeft niet zo te zijn. De Stad zou ook letterlijk op aarde kunnen
neerdalen (Openb. 21:2). Doordat de tent (tabernakel) Gods uit de hemel neerdaalt
zal niet alleen God bij de mensen zijn (Openb. 21:3). Ook de gemeente zelf zal bij
de mensen wonen. Zij is tenslotte het nieuwe Jeruzalem, de tabernakel van God, die
vanuit de nieuwe hemel zal neerdalen. Dit zijn de levende bouwstenen van Gods tempel
(Ef. 2:19-22; 1 Petr. 2:5; Hebr. 3:6; Openb. 3:12). Tevens is zij ook de hemelse
bruid van het Lam. Zo is Israël de aardse bruid van God (Jes. 62:4). Paulus zegt
over de gemeente: “Want met een ijver Gods waak ik over u, want ik heb u verbonden
aan één Man, om u als een reine maagd voor Christus te stellen” (2 Kor. 11:2). Zie
ook Ef. 5:22-33; vgl. Openb. 21:9; 22:17.
De gemeenteleden zullen van tijd tot tijd op de nieuwe aarde zijn. Immers, de Godsstad
is dan neergedaald uit de hemel. Zij zullen niet op aarde wonen in eigen gebouwde
huizen, want hun woonplaats is in het nieuwe Jeruzalem.
Tijdens de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zal de gemeente nog steeds met Hem als
Koningen heersen. Hier zal nooit een einde aan komen (Openb. 22:3-5). Wat een heerlijke
toekomst!
In Openb. 21:11-27 lezen we hoe de heilige Stad eruit ziet. Johannes zegt:
- “en zij had de heerlijkheid Gods, en haar glans geleek op een zeer kostbaar gesteente,
als de kristalheldere diamant.
- En zij had een grote en hoge muur en zij had twaalf poorten en op de poorten twaalf
engelen, en namen op (de poorten) geschreven, welke zijn die van de twaalf stammen
der kinderen Israëls. Naar het oosten waren drie poorten en naar het noorden drie
poorten en naar het zuiden drie poorten en naar het westen drie poorten.
- En de muur der stad had twaalf fundamenten en daarop de twaalf namen van de twaalf
apostelen des Lams. En hij, die met mij sprak, had een gouden meetstok, om de stad
op te meten, en haar poorten en haar muur.
- En de stad lag in het vierkant en haar lengte was even groot als haar breedte; en
hij mat de stad met de stok: twaalfduizend stadiën; haar lengte en haar breedte
en haar hoogte waren gelijk. En hij mat haar muur op: honderd vierenveertig el, mensenmaat,
die engelenmaat is.
- En de bouwstof van haar muur was diamant; en de stad was zuiver goud, gelijk zuiver
glas.
- En de fundamenten van de muur der stad waren met allerlei edelgesteente versierd.
Het eerste fundament was diamant, het tweede lazuursteen, het derde robijn, het vierde
smaragd, het vijfde sardonyx, het zesde sardius, het zevende topaas, het achtste
beril, het negende chrysoliet, het tiende chrysopraas, het elfde saffier, het twaalfde
amethis”.
- En de twaalf poorten waren twaalf paarlen: iedere poort afzonderlijk was uit een
parel;
- en de straat der stad was zuiver goud, gelijk doorschijnend glas.
- En een tempel zag ik in haar niet, want de Here God, de Almachtige, is haar tempel,
en het Lam.
- En de stad heeft de zon en de maan niet van node, dat die haar beschijnen, want de
heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp is het Lam.
- En de volken zullen bij haar licht wandelen en de koningen der aarde brengen hun
heerlijkheid in haar; en haar poorten zullen nooit gesloten worden des daags, want
daar zal geen nacht zijn; en de heerlijkheid en de eer der volken zullen in haar
gebracht worden.
- En in haar zal niets onreins binnenkomen, en niemand, die gruwel en leugen doet,
maar alleen zij, die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam”.
De vraag is of het nieuwe Jeruzalem al tijdens het Vrederijk uit de hemel neerdaalt,
of dat zij pas tijdens de nieuwe aarde zal neerdalen? Beter lijkt het mij om de laatste
twee hoofdstukken in Openbaring chronologisch te lezen, i.p.v. hoofdstuk 21:9 t/m
22:1-5 toe te passen op het Vrederijk. M.i. krijgen we anders een geforceerde uitleg,
door het neerdalen van de Godsstad te betrekken op het Duizendjarig Rijk. Hoe kunnen
trouwens de mensen tijdens het Vrederijk de Stad in- en uitgaan, terwijl de Stad
in de hemel boven de aarde zweeft? De Bijbel is er duidelijk over, dat de Godsstad
pas tijdens de nieuwe hemel en de nieuwe aarde uit de hemel zal neerdalen. Dan kunnen
de bewoners op de nieuwe aarde de Stad in- en uitgaan (Openb. 21:3). Voor de verloren
zondaren in de hel is de Stad niet toegankelijk (Openb. 21:27): “En ik zag de heilige
stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid,
die voor haar man versierd is” (Openb. 21:2).
Het nieuwe Jeruzalem is geen utopie, maar is realiteit, want zij is opgemeten (Openb.
21:15). Johannes heeft zelfs een blik mogen slaan in de Stad van de Levende God (Openb.
22:1,2). We moeten daarom de Stad niet gaan vergeestelijken! Het nieuwe Jeruzalem
bestaat echt!
De hoogste berg hier op aarde is de Mount Everest, die is bijna 9 km hoog! Maar dat
is niets vergeleken met het nieuwe Jeruzalem. Van haar wordt geschat dat zij ongeveer
2200 x 2200 km is. Dat is een afstand van Amsterdam naar Moskou. Zo lang, breed
en hoog is deze gigantische Stad. Omdat de Stad in het vierkant ligt kan het zowel
een kubus als een piramide zijn (21:16). Jezus heeft van haar gezegd: “In het huis
mijns Vaders zijn vele woningen, anders zou Ik het u gezegd hebben” (Joh. 14:2).
Dit is onze toekomstige woning!